Bij de vispas van hsv het bliekske dient men ten alle tijden de bijlage van de viswateren van hsv het bliekske te kunnen tonen. (controle door bevoegde instanties en verenigingscontroleurs)

  • Lokvoer

    Lokvoer.

    Als we gaan vissen gebruiken we lokvoer om de vis naar onze visplek te lokken, en ze te verleiden om te gaan eten ook al zouden ze niet echt honger hebben.
    Een voorbeeld.
    Je hebt thuis gegeten en loopt dan langs een patatkraam waar een geur van versgebakken frietjes je neusgaten vult, krijg je dan honger of niet? Dat is wat we ook bij de vis oproepen. Dat lukt niet met alleen maar een hoopje geurloos voer, dat roerloos op de bodem ligt. Maar voegen we hier bestanddelen aan toe die lekker ruiken, dan zal dat veel beter gaan.
    Over deze middeltjes gaan we het nu eens hebben.

    Als je begint met vissen kun je in de winkel een pak voer kopen van een bekend merk, of een eigen samenstelling van de hengelsportwinkelier. Deze eigen voertjes zijn behalve van goede kwaliteit meestal ook aangepast aan de plaatselijke viswaters. Ben je eenmaal vertrouwd met voer en voeren, dan is het natuurlijk leuk om je eigen samenstelling te maken.
    Er zijn mogelijkheden te over, en het geeft een grote voldoening als je na veel experimenteren je eigen voertje hebt. Om je hierbij te helpen vindt je in dit hoofdstuk een lijst waarin d diverse bestanddelen worden beschreven.

    Bij het zelf maken van voer is de verhouding tussen de bestanddelen erg belangrijk. Dit kun je op twee manieren bereiken, je kunt de ingredienten afwegen met een weegschaal of je kunt afmeten in delen. Zo`n deel kan bijvoorbeeld een blikje of een maatbeker zijn. Recepten opgegeven in procenten kun je omrekenen naar gewicht.

    Is het droogvoer goed gemengd, dan gaan we het bevochtigen.
    Hierbij gaan we als volgt te werk, neem een ruime bak en doe hier een hoeveelheid van het voer in. ( Voor een visdag op onze vijvers zal een halve liter tot een liter ruim voldoende zijn) Voeg hierbij voorzichtig wat water toe en meng dit voorzichtig onder het voer. Het voer goed tussen je handen wrijven zodat het vocht zich goed verdeelt. Laat het voer 10 minuten rusten en voeg dan als het nodig is nog wat vocht toe. Deze handelingen herhaal je tot de juiste vochtigheid is bereikt. Na enige oefening zal je dit meestal in drie keer lukken. Hierna haal je het voer door een zeef met een maaswijdte van 5 mm, of het met een mixer op te kloppen. Je krijgt dan een mooi rul voertje zonder klonters, en het volume neemt flink toe.

    Aan het viswater gekomen worden van het voer ballen gevormd, en een voerplek aangelegd. Hoe dit in zijn werk gaat zullen we later uitleggen en aan het water voordoen. Vaak is het goed om nog wat levend aas door het voer te mengen kort voordat je met voeren begint.

    Lokaastabel.
    Deze tabel geeft een overzicht van een aantal bestanddelen van lokvoeders. Bij elk bestanddeel staat een letter en een cijfercombinatie. Verder staat er een korte omschrijving van het bestanddeel.
    Wat is de betekenis van de letters:
    A: activeringsmiddel.
    B: basisbestanddeel.
    G: geurstof.
    S: smaakstof.

    Beschuitmeel.
    Is gemalen beschuit, het kan een deel van de basis vormen. Als je alleen beschuitmeel gebruikt zal in de meeste gevallen het voer te licht worden.

    Paneermeel.
    Is gemalen brood zonder korsten. Paneermeel is bedoeld als basis van het voer en vormt vlokjes in het water.

    Broodmeel.
    Is gemalen brood zonder korsten. Is lichter van kleur en zwaarder van gewicht dan paneermeel. Wordt eveneens als basis gebruikt, meestal samen met beschuit of paneermeel. Wit broodmeel heeft een lichte kleefkracht en bruinbrood heeft een verzwarende werking.

    Maïsmeel.
    Is meel van de hele maïskorrel. Maïsmeel heeft een sterk bindende werking die te verhogen is door het voor te weken in warm water. Tevens is maïsmeel een wolkvormer

    Polenta.
    Polenta is de gemalen bast van de maïskorrel. Polenta is verkrijgbaar van grof gemalen tot de fijn gemalen polentabloem. Goede polenta is korrelig en heeft een knalgele kleur.
    Polenta verzwaart het voer en heeft een wolkende werking. Voorgeweekt in heet water heeft polenta een sterk bindende werking.

    Koekjesmeel.
    Zeer fijn gemalen koekjes, wafels en dergelijke. Het is erg zoet en dus geschikt voor vooral brasem en karper. Het heeft een goede bindkracht en is erg zoet.
    Niet in grote hoeveelheden gebruiken.

    Wafelmeel.
    Dit zijn alleen gemalen ijswafels, heeft verder hetzelfde effect dan koekjesmeel maar is niet vet.

    Kokosmeel.
    Dit is de gemalen bast van verschillende nootsoorten. Het is een afvalproduct van de olie en vet producerende fabrieken. Kokosmeel heeft een scherpe geur en is een bijna onmisbaar bestanddeel in een voorn en alvervoer.

    Notenmeel.
    Het verschil tussen notenmeel en kokosmeel is dat notenmeel niet ontvet is, hierdoor heeft het een goede bindkracht en een groot stijgend vermogen. Door zijn scherpe geur gaat notenmeel al snel de overhand krijgen in het voer. Daarom nooit te veel gebruiken. (max.10%)

    Havermout.
    Havermout heeft een verzwarende werking en maakt het voer plakkerig en voedzaam, daarom niet te veel gebruiken. Grove havermoutdeeltjes zwellen op en gaan zweven waardoor het voer een extra aantrekkingskracht krijgt op vooral grote voorn en brasem.

    Zemelen.
    Kunnen we gebruiken om voer wat te nat of te vet is weer droger en lichter te maken. Zemelen verhogen tevens de activiteit van het voer door de stijgende en dalende bewegingen boven het voerplek.

    Venkel.
    Heeft een aangename geur die de eetlust van vissen opwekt. Venkel heeft tevens een licht laxerende werking waardoor de vis niet vol komt te zitten en dus blijft zoeken op de visplaats.

    Koriander.
    Heeft ongeveer dezelfde werking als venkel, maar is meer op de brasem gericht en dan vooral in de zomer maanden.

    Anijszaad.
    Geeft een sterk zoete geur en smaak aan het voer. Anijs wordt veel gebruikt bij het vissen op kleine voorn, maar geeft ook bij grote voorn vaak goede resultaten.

    Melasse.
    Melasse is een overblijfsel bij de suiker industrie. Het is een kleverige massa die moeilijk in het voer te verwerken is. Het beste kan de melasse met warm water worden verwerkt. Door het hoge suikergehalte prima geschikt voor de brasemvisserij.

    Kopra melasse.
    Is een mengsel van kokosmeel en melasse, en is in deze vorm beter te verwerken.

    Deze lijst is natuurlijk lang niet kompleet, maar je hebt er nu een idee van wat je zoal in het visvoer kunt gebruiken en waarom je het gebruikt.
    Als je nu nog onthoudt dat je voer moet bestaan uit ongeveer:

    60% basisbestanddelen
    30% activeringsmiddelen
    10% geur en smaakstoffen

    We zullen nu een paar recepten geven en bekijken wat de functie van de bestanddelen in dat recept is.

    Eerst een kanaalvoer

    500 gr fijn beschuitmeel basis
    200 gr fijne polenta verzwaart, wolkt en laat het voer gelijkmatig uiteen vallen
    150 gr koekjesmeel smaakstof gericht op brasem
    200 gr notenmeel geurstof gericht op voorn, tevens stijgend vermogen
    200 gr maniok langdurig wolkend vermogen
    50 gr venkel eetlust opwekkend, laxerend

    Omdat we hier te maken hebben met stilstaand of licht stromend water kunnen we volstaan met de lichte basis van beschuit. We verzwaren de basis met fijne polenta, die er ook voor zorgt dat de voerbollen langzaam afbrokkelen. Het koekjesmeel moet de brasem lokken, en het notenmeel de voorn. Tevens zorgt het voor een verticale voerkolom. De manioc zorgt voor een langdurige wolk in het water.
    De venkel moet de eetlust opwekken en door zijn laxerende werking blijft de vis hopelijk langdurig eten.

    Een bodemvoer voor de brasem.

    60% paneer of broodmeel zware basis
    15% polenta wolkend bindmiddel
    10% arachidemeel spoortrekkend bindmiddel
    5% gemalen havermout verzwarend bindmiddel
    5% druivensuiker zoetstof
    5% koekjesmeel zoetstof

    We zien dat hier is gekozen voor een zware basis, aangevuld met stoffen die voornamelijk bindende en verzwarende eigenschappen hebben. Zo hebben we een stevig voer gekregen dat zeer langzaam afbrokkelt. Door de toevoeging van zoetstoffen hebben we ons helemaal op de brasem gericht. Toevoegen van karamel is ook nog mogelijk. (uit de viswinkel)