Bij de vispas van hsv het bliekske dient men ten alle tijden de bijlage van de viswateren van hsv het bliekske te kunnen tonen. (controle door bevoegde instanties en verenigingscontroleurs)

  • Ruisvoorn

    De ruisvoorn is een vis die van helder langzaam stromend of stilstaand water dat begroeid is met onderwater en oeverplanten afgewisseld met open stukken.

    De ruisvoorn is vooral in de ondiepe oeverzone te vinden. Komt voor in vijvers, plassen, meren, kanalen en rivieren.

    De paaitijd valt laat in het jaar, in de maanden mei tot en met juli, wanneer de watertemperatuur meer dan 150 C bedraagt. In deze periode trekt de ruisvoorn naar de paaiplaatsen in de oeverzone, die soms in zeer ondiep water liggen. Hier worden de eitjes aan oever en waterplanten afgezet.

    Voor een goede ontwikkeling van de eitjes is de aanwezigheid van vegetatie essentieel. Eitjes die op de bodem terecht komen gaan meestal verloren.

    Jonge ruisvoorn leeft voornamelijk van watervlooien. Naarmate de ruisvoorn ouder wordt, schakelt hij over naar grotere voedseldiertjes zoals slakjes en kreeftachtige. Ook insecten die in het water vallen worden gegeten. Deze worden met de bovenstandige bek van de oppervlakte gehapt.

    Daarnaast behoord ook plantaardig materiaal tot het voedselpakket van de ruisvoorn. Dit zijn draad en kiezelalgen en ook zachte waterplanten worden door de ruisvoorn gegeten.

    Groei en leeftijd.

    De ruisvoorn groeit het eerste jaar tot gemiddeld 6 cm. In het tweede en derde jaar is de ruisvoorn geslachtsrijp bij een lengte van 15 cm, de vrouwtjes later dan de mannetjes. De ruisvoorn kan een lengte bereiken tot 45 cm. De maximale leeftijd ligt tussen de 15 en 20 jaar.

    Als aas: maden, casters, mestpiertjes, deeg. Het aasaanbod is voor de ruisvoorn in de bovenste waterlagen.