Bij de vispas van hsv het bliekske dient men ten alle tijden de bijlage van de viswateren van hsv het bliekske te kunnen tonen. (controle door bevoegde instanties en verenigingscontroleurs)

  • Zeelt

    De zeelt is een bewoner van traag stromend of stilstaand water met een zachte modderbodem en veel (onder)water en oeverplanten. De zeelt is een vrij algemene vissoort, die voorkomt in meerdere watertypen, zoals meren en plassen, rivieren, kanalen, sloten en beken. Een harde zandige of stenige bodem, troebel water, matige tot sterke stroming maken een leefgebied voor de zeelt minder geschikt, evenals diep water.

    De zeelt verdraagt hoge watertemperaturen, lage zuurstofconcentraties en hoge pH-waarden. Tegen organische vervuiling is de zeelt dan ook redelijk bestand. De zeelt is lichtschuw en zoekt zijn voedsel dan ook het liefst in het donker. Overdag houdt hij zicht meestal schuil tussen de waterplanten of obstakels die in het water liggen.

     De paaitijd valt laat, in de maanden mei tot en met augustus. De temperatuur van het water is minimaal 18o voordat de zeelt tot het afzetten van de eitjes overgaat. Zeelten paaien in groepjes. De eitjes worden met tussenpozen van enkele dagen afgezet.

    De paaiperiode kan afhankelijk van de omstandigheden langer dan een week duren. De kleverige eitjes worden alleen boven de waterplanten afgezet waaraan deze zich vasthechten. Eitjes die op de modderige bodem terecht komen sterven bijna altijd meteen af, evenals de pas uitgekomen larven. Waterplanten zijn dan ook van groot belang.

    De larven leven eerst van zoöplankton. Later eten zij ook kleine muggenlarven, worpjes en slakkeneieren. Volwassen zeelten eten alles, maar zoeken bij voorkeur de bodem af naar voedsel. Hierbij maken ze gebruik van de tastharen die bij de bek zitten. Ook worden plantendelen en algen als voedsel gebruikt.

    Groei en leeftijd.

    De groei van de zeelt is traag en sterk afhankelijk van de omstandigheden. De lengte na het eerste groeiseizoen varieert tussen de 3 en 6 cm, maar kan meer zijn.

    De mannetjes groeien trager dan de vrouwtjes. De zeelt is na 3 tot 4 jaar geslachtsrijp bij een lengte van ongeveer 10 cm tot 12 cm. De maximale lengte is ca. 60 cm en de maximale leeftijd is 15 tot 20 jaar.

    Als aas: de zeelt heeft een voorkeur aan mestpiertjes, pieren en een trosje maden.